De Werfklas

Uitgangspunten

Onderwijsideeën

Het wordende kind als inspiratiebron

Elk mens wil iets verwezenlijken.
Ieder kind heeft iets eigens, iets specifieks en wil dat enerzijds bijdragen, anderzijds ontwikkelen. Als leerkracht proberen wij dat eigene te ontdekken, uit te dagen en tot verschijning te laten komen.

Afbeelding

Wat is de gave van dit kind? En wat de opgave? Wat zoekt dit kind? Waarin komt het helemaal tot zijn recht?

Wat vraagt dit kind aan mij? Wat kan ik doen opdat dit kind zich helemaal kan verbinden? Hoe kan ik nog meer uitnodigen, stimuleren enerzijds, anderzijds terughouden en respecteren?

Opvoeding is zelfopvoeding

Je voedt jezelf op door op je eigen gedrag te reflecteren. Er ontstaat dan bewustzijn en de mogelijkheid om iets te veranderen. Als volwassene ben je een voorbeeld. Een kind neemt waar hoe jij ten diepste bent. Welke gedachten houden je bezig? Zijn dat puur praktische gedachten, of zijn dat gedachten over de mens en de mensheidsontwikkeling? Waartoe zijn we hier op aarde? Wat is de oorsprong en de zin van ons bestaan? Waarnaar zijn we op weg als mensheid?

Als volwassene leef je voor hoe je je met de wereld kunt verbinden. De intentie hebben, proberen om de dingen met aandacht te doen, om je helemaal te richten op waar je mee bezig bent, op wat je vertelt, op wat je doet, werkt opvoedend.
Wie ben ik als leerkracht? Kan ik waarnemen en sturen wat er in mij omgaat? Kan ik stemmingen oproepen die passend zijn bij het onderwerp dat ik behandel en daarin bewegen door gevoelens van vreugde, enthousiasme, eerbied, woede, teleurstelling, verdriet,..?

Afbeelding

Humor maakt dat onze ziel kan uitademen en zich in de omgeving uitbreidt, tragiek maakt dat onze ziel kan inademen. Door als leerkracht inlevend met de werkelijkheid om te gaan en te zorgen voor een afwisseling van humor en tragiek, leert de kinderziel ook dit ‘ademen’, waardoor de werkelijkheid als wezenlijk, als levend kan worden ervaren.

Pedagogie is een kunst

Als schilder is het ontoereikend om alles over kleuren en vormen te weten. Het schilderen zelf moet beoefend worden om waarlijk kunstenaar te zijn. Voor de pedagoog geldt hetzelfde: niet de pedagogische richtlijnen of inzichten maken hem tot een goede leerkracht, maar het samenwerken met de kinderen zelf geeft de nodige leerstof en ervaring die nodig zijn om te kunnen opvoeden of lesgeven alsook om een levend begrip te krijgen van het wezen van het zich ontwikkelende kind.
Daarbij zijn eerbied voor wat aan het bestaan van het kind vooraf ging, enthousiasme voor waar het kind naar toegroeit en een omhullende beweging voor wat het kind beleeft, dé wondermiddelen in de ziel van de opvoeder en leraar.

Het onderwijs moet levend zijn

De leerkracht vertelt vrij en beeldend over een onderwerp waarin men zich heeft verdiept/wat aan de orde dient te komen. Door studie en meditatie kan het onderwijs gaan sprankelen. De leerkracht brengt de natuur, rekenen, taal, geschiedenis, aardrijkskunde en het menselijk handelen tot leven. Door zijn enthousiasme en interesse enthousiasmeert hij de kinderen. Waarbij het leerplan steeds de rode draad is.
Als de situatie waar is, natuurlijk, levend, en je sluit daarop aan, dan brengt dat enthousiasme, zin en ondernemerschap teweeg bij de kinderen. Als je aansluit bij de verbinding die het kind al heeft, dan breng je nog meer verbinding en vreugde.

Test bijschrift
Test bijschrift

Zinvol leren

Als je met plezier iets doet ontstaat er een gezonde levensenergie. Schrijf je een beeldend verhaal of een beschouwend stuk over wat de leerkracht vertelde? Teken je, schilder je of boetseer je iets wat met de lesstof te maken heeft of maak je een mindmap? Doe je eerst de minsommen en dan de keersommen of liever andersom? Welke klus kies je, waar heb je zin in? Het geheel is niet vrijblijvend. Sommige dingen moet je oefenen, maar zoeken naar een plezierige manier helpt daarbij.

Leerstof als ontwikkelingsstof

Als je aansluit bij waar het kind van binnen is, ondersteun je het kind in zijn ontwikkeling. Een kind van een jaar of negen begint meer afstand te krijgen van zijn omgeving. Het gaat beseffen dat het er niet meer vanzelfsprekend deel van uitmaakt. Op dat moment de omgeving in kaart gaan brengen en plattegronden leren maken, werkt ondersteunend, geeft houvast. Het juiste op het juiste moment aanbieden.

Jong en oud, geeft verlangen en vertrouwen

Afbeelding

Doordat oudere kinderen jongere kinderen om zich heen hebben, worden ze zich bewust van ontwikkelingsprocessen. Ze zien dat zij, als ouder kind, al stappen hebben genomen die het jongere kind nog niet heeft gezet. Vanuit zin een jonger kind helpen geeft veel vertrouwen in en bevestiging van het eigen vermogen.
Andersom zien jonge kinderen wat oudere kinderen al kunnen en zij nog niet, hetgeen verlangen wekt en zicht geeft op ontwikkeling.

Kleinschalig, elkaar kennen

Doordat we kleinschalig zijn, zijn we flexibel, kunnen we veel, komen we snel in beweging, zijn we persoonlijk, kennen we elkaar. Het is stuk gemakkelijker om af te stemmen wanneer je met weinigen bent. Even iets samen met een kind doen, één op één, iets bakken, timmeren, zagen, geeft vertrouwen, maakt dat je moeilijkheden beter aan kunt gaan, maakt dat een kind zich net even iets meer gezien voelt wanneer dat nodig is.

Echte dingen doen

Afbeelding

Appels plukken, sap persen, lekkers en broodjes bakken en verkopen. Bomen zagen, sjouwen, kloven, hout stapelen. Op de biologische boerderij Caetshage werken, zaaien, wieden, oogsten. Lepels en zwaarden snijden en branden, bomen klimmen, hutten bouwen, kaarsen trekken, vilten, handwerken, eigen bamboefluiten bouwen (11 en 12 jarigen).
In de bovenbouw zijn er veel ambachtelijke vakken zoals (edel)smeden, koperslaan, houtbewerken, etsen, boekbinden, spinnen, handwerken, naaimachine naaien, techniek. In deze tijd wordt de mens naar de virtuele wereld getrokken. Ambachtelijk werk dwingt ons de verbinding met de reële wereld aan te gaan. De wetmatigheid van het materiaal geeft aan wat het juiste handelen moet zijn.

Leerlingen vanaf klas 9 lopen jaarlijks een drieweekse (of langere) maatschappelijke stage; klas 9 in een winkel, klas 10 in een zorginstelling, klas 11 in een bedrijf en klas 12 op ideële plek.

Eigen ervaring opdoen

Kinderen moeten hun eigen ervaring op kunnen doen. Als je een kind veel ruimte voor praktisch handelen geeft, komt het zelf tot inzicht. Bovendien ontstaat er vreugde wanneer een kind vanuit het praktische, concrete handelen zelf de abstractie mag ontdekken. Bijvoorbeeld in de lagere klassen door het rekenen met kastanjes, boontjes, blokjes, waarbij uitgegaan wordt van het geheel. Op die manier kunnen kinderen zelf tot verschillende oplossingen en structuren komen. Of in klas 3 wanneer ze leren geldrekenen, ‘winkeltje spelen’ in de klas, maar ook uit school door zelfgebakken broodjes, pizzaatjes of peren te verkopen.

De periodelessen zijn altijd afgestemd op wat een bepaalde klas op dat moment nodig heeft. We zoeken in elke periode naar mogelijkheden om praktisch en concreet te handelen.

Afbeelding

Als leerkracht leef je voor en heb je de verant­woordelijkheid over het leerproces van de kinderen. Maar kinderen moeten ook de ruimte krijgen om op zichzelf af te stemmen. De intrinsieke motivatie zoeken. Die zoeken wij ook als leerkracht. Kinderen vragen zich dingen af, verwonderen zich over de wereld. Met die vragen willen wij aan de slag. Zoals op een werf gewerkt wordt, zo willen wij werken aan het mens-worden op aarde. Door ons met de wereld bezig te houden, gebeurt er van alles, verandert er van alles. Kinderen dragen daar levendig bij, hebben nieuwe ideeën, en leren ondertussen veel, nemen de dingen diep in zich op.
De leerkrachten maken de lessen zelf en volgen geen methode, waardoor er veel ruimte is om in te gaan op wat een kind inbrengt. We werken met periode-onderwijs, dat wil zeggen dat gedurende drie of vier weken de eerste twee uur van de ochtend aan één onderwerp wordt besteed: rekenen, taal of een zaakvak (biologie, geschiedenis, aardrijkskunde).